Een persoonlijk gesprek  uit

  Commission en direct - 507 - februari 2009
Leopold Kinet … de kinderen eerst

Hij is bij de Europese commissie gekomen aan 21 jaar, Leopold Kinet heeft een originele loopbaan.
Eerst kok in de restaurant van de Commissie. Daarna keuken chef op het 13de verdiep van de Berlaymont. Nadien naar het directoraat generaal Personeel en Administratie (DG ADMIN) vervolgens het directoraat generaal Interne Markt, (DG-MARKT). Hij Is momenteel werkzaam bij DIGIT -  Directoraat Generaal Informatica.
Afkomstig uit Rwanda, helpt hij weeskinderen dit ten voordele van een organisatie die hij samen met zijn echtgenote heeft opgericht.

Vertel ons eens uw loopbaan bij de Europese Commissie:

Ik ben in België gekomen toen ik 10 jaar was. Na mijn studies in de hotelschool heb ik mijn stage gedaan bij de Europese Commissie als kok in 1971. Na het beëindigen van mijn studies, ben ik aangeworven als plaatselijke agent in het zelfbedieningsrestaurant. Vervolgens in het restaurant à la carte in het Berlaymont gebouw. Nadien ben ik keukenchef geworden op het 13de verdiep. De keuken van de voorzitter van de Europese Commissie.
Ik ben er 15 jaar gebleven, een periode waarin ik drie voorzitters (presidenten) heb gekend: Roy Jenkins, Gaston Thorn en Jaques Delors.

Om familiale redenen ben ik naderhand van dienst veranderd. Ik volgde toen enkele cursussen bij de dienst administratie.
In het begin was het niet evident om over te schakelen van werk in een keuken als keukenchef naar een administratieve functie. Nu bij Digit heb ik een totaal van 38 jaren dienst bij de Europese Unie.
U bent afkomstig van Rwanda?

Ik ben er inderdaad geboren. Mijn moeder was een Rwandese en mijn vader een Belg. Bij de onafhankelijkheid moest alles wat enigszins Belg was het land verlaten. De 'mestiezen' werden niet aanvaard nog door de ene nog door de andere kant. Ik ben dus in België aangekomen toen ik 10 jaar was, waar ik werd opgevangen in een Vlaams gezin in Gent. En het is maar na 25 jaar dat ik mijn natuurlijke moeder terug vond. Dit op aandringen van mijn echtgenote, die mij heel wat heeft gesteund en aangemoedigd.
Ik ben dus voor de eerste maal terug gegaan naar Rwanda in 1987, om mijn moeder en familie te zien. Het was een heel emotioneel weerzien, en tevens heel moeilijk bezoek. Ik sprak de taal niet meer, en stond daar voor een vreemde.
Jammer genoeg is mijn moeder datzelfde jaar overleden. Ik heb haar dus maar één maal kunnen ontmoeten, maar daar ik nog twee halfbroers had en familie ging ik regelmatig op familie bezoek. Telkenmaal werden mijn echtgenote en ik geconfronteerd met de armoede en de vele weeskinderen in mijn land

Is het vandaar dat het idee is ontstaat om weeskinderen te helpen?

Met mijn echtgenote, wilden wij iets doen voor dit onrecht. Wij namen contact op met het Centre Mémorial Gisimba (CMG) in Kigali in de volkswijk van Nyamiranbo. Het is daar dat wij onze organisatie zijn gestart. Met als doel weeskinderen te helpen. Wij leggen er steeds de nadruk op dat wij niet allen werken voor Hutu's of Tutsi's maar voor Rwandese weeskinderen.
Ondanks het moeilijk bekomen van subsidies is onze vereniging blijven groeien door de jaren heen. Het basis idee is dat alle kinderen naar school gaan. Daarom hebben wij in het weeshuis zelf een school gebouwd. Voor de weeskinderen is het gratis, maar de kinderen uit de wijk betalen een kleine bijdragen. Dit dient om de onderhoud- en herstellingswerken te helpen financieren. Evenals het aankopen van schoolmateriaal.

In 1994 hebben wij een meisje geadopteerd uit Rwanda die toen 5 jaar oud was. Haar moeder kwam te overlijden in het ziekenhuis van Kigali.


 

Was het juist voor de oorlog?
Ja, wij waren daar juist op bezoek in januari 1994 en de oorlog brak uit in april bij het neerhalen van het presidentiële vliegtuig. Mijn twee broers zijn gestorven tijdens die oorlog.
Mijn familie is toen gevlucht. Een deel heb ik in België kunnen doen over komen. Het is maar in 2003 dat ik opnieuw naar Rwanda ben gegaan. Gedurende de oorlog werd het weeshuis geplunderd, gelukkig zijn de gebouwen gespaard gebleven.
Dus bent U dan verder blijven werken voor het weeshuis?

Ja, wij hebben een tweede school gebouwd, voor het lager onderwijs. Wij hebben ook twee vrijwilligsters kunnen sturen uit België, die er gedurende een jaar hebben gewerkt.
Onze vereniging telt nu ongeveer 600 leden. Wij zorgen voor het eten in het weeshuis en sturen om de twee jaar een container met kledij, schoenen, lees- en schoolboeken en allerlei andere nuttige goederen. Maar het weeshuis moet ook in zijn eigen behoeften voorzien. Daardoor is het idee gegroeid om een boerderij op te starten. Het bouwen is gestart verleden jaar (2008) Deze zal beheerd worden door 4 alleenstaande vrouwen met kinderen. De opbrengst is voorzien voor het weeshuis. Wij zijn in december 2008 ter plaatste gaan kijken hoe het met de werken stond. Dit volledig op eigen kosten.

En na uw op ruststelling denkt U eraan regelmatig terug te keren naar Uw geboorteland?
Ik zou graag teruggaan voor 3 tot 6 maand, dit om het weeshuis te helpen. Ik volg nu taallessen Kinyarwanda (mijn moedertaal) die ik volledig ben vergeten.
Ik vind dat ik heel wat geluk heb gehad om naar België te kunnen komen. Hier mogen studeren, leven en werken. Daarom vind ik het een beetje mijn plicht iets bij te dragen aan de toekomst van mijn land... Rwanda.

Opgetekend door : Jessica Berthereau Europese Commissie


Copyright © 2009 Kinderhulp Rwanda vzw. All rights reserved.
To get authorization for reproduction, in part or in whole, for print or electronic media, you must get permission