Hoe en wanneer het Afrikavirus mijn hart verliefd maakte op dit mooie land van duizend heuvels, wie zal het zeggen?
Was het tijdens mijn eerste bezoek nu reeds meer dan 22 jaar geleden? Was het tijdens het weerzien, na vijfentwintig jaar, van onze Rwandese moeder, het geluk in de ogen van die vrouw om de hereniging met haar verloren zoon ?

Of was het misschien de speciale sfeer van de donkere avonden gezamenlijk in gastvrijheid, bij hen die niets hadden, maar toch zoveel bezaten, rond het licht van een kaarsvlam ? Was het de rust van de mensen en het contact met de prachtige natuur, de stilte van een eindeloze sterrenhemel, het gezang van de duizenden krekels ? Komt het door de liefkozing van mijn Rwandese dochter? Ik weet het niet, er liggen zoveel goede en mooie herinneringen in mijn hart. En toch deed en doet dit virus mij ook lijden. Angst, pijn en verdriet, toen de gesel van de genocide door Rwanda trok en ons familie, vrienden en kennissen afnam. Vertwijfeling in het niet begrijpen en kunnen aanvaarden, heimwee in het niet kunnen vergeten. Maar feit is dat deze verliefdheid aan de basis lag van het ontstaan van:
Vriendenkring Kinderhulp Rwanda v.z.w.
in 1989.

Tijdens onze reizen door Rwanda's schoonheid, konden we onze ogen niet sluiten voor de vele problemen van de arme bevolking en de talrijke wees - en verlaten kinderen. Een kleine groep Belgische vrienden, nauw betrokken met Rwanda door familiebanden, sloeg de handen in elkaar en trok zich het lot aan van de kinderen in twee weeshuizen in Rwanda : het weeshuis van de Missionaris of Charity (orde van moeder Theresa van Calcutta) met toen 65 kinderen en het Centre Mémorial Gisimba met zijn 45 weeskinderen.

Samen met onze vriendin Zuster Bénita gingen we op bezoek in beide weeshuizen. Vuile kinderhandjes, snotterende snoetjes beroerden ons gemoed en stimuleerden ons doorzettingsvermogen om iets van onze vereniging te maken. We begonnen met ons klein groepje van 6 personen, maakten hulpgoederen klaar, organiseerden etentjes, verkochten deur aan deur stickers, kortom deden al het mogelijke om aan geld te geraken.
Maar we hadden steeds middelen te kort om te doen wat we wilden.
De doorbraak in onze werking begon in mei 1991 met het opstarten van de tante - nonkelschap in ons project "Een grote Familie". Dit project bestaat er in dat mensen er zich contractueel toe verbinden om met 4,00  per maand, één kind te sponsoren. Deze mensen worden op die manier tante en nonkel van onze weeskinderen. Op één jaar tijd verzamelden we in deze grote familie 119 tantes en nonkels die samen 190 Rwandese kinderen steunden.

Onze vereniging groeide verder, maar het aantal beschermelingen in de weeshuizen eveneens, niet evenredig maar veel vlugger. De grote oorzaak hiervan was de genocide van 1994. Toen kreeg het Centre Mémorial Gisimba 168 kinderen, wat bijna een verviervoudiging was van het startgetal. In het weeshuis van de zusters Missionaris of Charity was het nog erger gesteld, daar was er een overbevolking met meer dan driehonderd kinderen.

En het stopte niet. Een hoogtepunt in populatie kwam er in 1995, bij de terugkeer van de vluchtelingen uit de kampen, toen het aantal nog eens verdubbelde. Gelukkig vonden veel kinderen na verloop van tijd hun familie terug, maar de weeshuizen bleven echter overvol. Momenteel tellen de weeshuizen van de Missionaris of Charity meer dan 300 kinderen, het Centre Mémorial Gisimba 190 kinderen.

 

De vriendenkring zat wel niet stil en naast zijn maandelijkse financiële steun aan het weeshuis van de Missionaris of Charity, hadden we ons meer en meer geëngageerd in het Centre Mémorial Gisimba. Zo hadden we in 1993 de bouw van een vormingscentrum voor de jeugd gestart (de huidige kleuterschool). De werkzaamheden waren juist 14 dagen voltooid toen de genocide begon, maar we hadden geluk en de gebouwen bleven overeind, zo ook de andere gebouwen van het weeshuis. Jammer genoeg was alles geplunderd, de vereniging stak haar geld en energie in de herinrichting van slaapzalen, studiezaal, kleuterschool, enz...  Jaarlijks ging een afgevaardigde van onze vereniging op vrijwillige basis ter plaatse om gedurende enkele maanden mee te helpen. Onze vereniging richtte een naaiatelier in, waarin de "mamans" (kinderoppas van het weeshuis)en enkele alleenstaande vrouwen, verenigd in de organisatie "Umubyeyi" ("Een ouder") de vele schooluniformen voor onze beschermelingen voortaan naaien.

De vriendenkring helpt hen met materiaal en stof en betaalt voor het werk. Verder werd in 1999 de bestaande hoenderhof nieuw leven ingeblazen. Momenteel draait dit heel goed, de kinderen kunnen nu en dan eieren eten van hun eigen kippetjes, en het is een goede stimulans om de verantwoordelijken er toe aan te sporen naar eigen financiële middelen te streven.

Onze vereniging betaalt ook alle nodige schoolkosten, zoals schoolgelden, internaten, uniformen en materiaal. We staan in voor een gedeelte van de voeding, kleding en medische verzorging. Ieder jaar wordt er tussen de 4000 en 5000 kg hulpgoederen klaargemaakt en verzonden, waaronder een jaarlijks persoonlijk geschenk voor ieder kind en personeelslid.
 

Na de genocide groeide eveneens de nood in de arme overbevolkte gezinnen zodanig aan, dat de vriendenkring haar "Een grote familie" uitbreidde met nog eens 30 gezinnen die samen 92 kinderen tellen.
Ook voor deze kinderen betalen we de nodige schoolkosten. De gezinnen worden verder gesteund met voedselpakketten en we zorgen voor een betere behuizing, door de bouw of de herstelling van kleine huisjes. Verder proberen wij hen een basis te geven naar financiële zelfstandigheid, door hen materiaal, zaden en vee te bezorgen. Om de uitbreiding van onze werking in Rwanda op te vangen, namen we naast Zuster Marie-Aimée, een Zuster Bernard
ine die in Kigali leeft en die de financiën controleert, twee vaste Rwandese medewerkers op in onze vereniging. Ook in België moesten we groeien en met momenteel meer dan 45 onbetaalde vrijwilligers hebben we steeds nog handen tekort.

Afrikaanse virus wat doe je me aan als ik weer eens 's nachts zit te tokkelen op mijn computer, een brief voor de een of andere sponsor te schrijven, steeds zoekend naar een middel om verder te kunnen werken. De angst als we een sponsor verliezen, de hoop als wij een nieuwe tante of nonkel vinden. Elk jaar opnieuw de schrik van "zal onze kleine vereniging die financiële groeiende druk verder aankunnen, vinden we naast de sponsors, genoeg vrijwilligers om al het werk op te vangen" Gelukkig is onze vriendenkring een ware kring van vrienden, die samen in echte vriendschap werken met een gezamenlijk doel:

Het geluk van al onze Rwandese beschermelingen...
Ja, zij zijn het zeker waard!

Marie-Jeanne Laroy
VOORZITTER

...  Béatrice de Rwandese moeder van de kinderen (echtgenote van Damas) samen met "notre maman Belge" Marie-Jeanne.
Ook het CMG ontsnapt niet aan de 'anglofonisering' van Rwanda. Vandaar dat de naam werd gewijzigd op vraag van de Rwandese autoriteiten. Sinds 2010 is de officiële benaming : 'Gisimba Memorial Association' agekort: GMA
In het Frans is de nieuwe officiële benaming 'Association Mémorial Gisimba' afgekort: AMG

Enkele kinderen onder onze bescherming in het CMG - Rwanda


'Een toekomst zonder armoede begint bij de school'



Copyright © 2010 Kinderhulp Rwanda vzw. All rights reserved.
To get authorization for reproduction, in part or in whole, for print or electronic media, you must get permission