|
 |
Marie-Thérèse
MUKABICAHO:
onze
plaatselijke Rwandese medewerkster |
|
Een aangrijpend
verhaal van een
sterke vrouw |
Opgetekend door
Annelies & Kim
in opdracht van
VKR vzw |
|
|

|
In
1950 zag ze in
Butare op de
Save-heuvel het
eerste daglicht
en werd
Mukabicaho
Marie-Thérèse
genoemd. Een
sterke vrouw,
toen nog baby,
werd geboren met
een missie: de
wereld een
beetje beter
maken. Ze was de
vierde in een
gezin van zes
kinderen en op
5-jarige
leeftijd kreeg
ze al de kans om
naar de
basisschool in
Save te gaan.
Aangekomen in
het derde
leerjaar vond ze
dat het tijd
werd om werk te
maken van haar
missie. Ze
engageerde zich
vrijwillig in
een
jongerenbeweging
alwaar ze chef
werd van een
ploeg van 12
kinderen.
|
|
De beweging had als doel het zware leven in Rwanda iets draaglijker te maken en deed dit op verschillende manieren. Men hielp in het cultiveren van grond, het onderwijzen van kinderen, het helpen van jonge weduwen en zoveel meer. Ondanks haar intelligentie heeft ze twee jaren in de basisschool moeten overdoen: het eerste leerjaar omdat ze te jong was en het zesde leerjaar omdat ze door een fout niet geregistreerd stond op de lijst van de geslaagden. Desondanks toonde ze na de afronding van het zesde leerjaar wat ze waard was: op het nationale staatsexamen dat alle kinderen na de basisschool moeten afleggen, werd ze de vierde van Rwanda in wiskunde. Reeds in de basisschool werd duidelijk dat er voor haar een speciale relatie met Belgen was weggelegd.
|
|
 |
|
Marie-Thérèse
Mukabicaho |
|

|
Marie-Thérèse
was geliefd,
niet alleen
bij de
andere
kinderen op
school, maar
ook bij de
Belgische
directrice
en haar
Belgische
vervangster.
Toen ze de
basisschool
verliet,
probeerde de
directrice
er de andere
kinderen van
te
overtuigen
het
voorbeeld
van
Marie-Thérèse
te volgen.
In 1964
begon ze aan
een
voorbereidingsjaar
voor haar
secundaire
studies,
datzelfde
jaar stierf
haar vader.
Haar oudste
zus trouwde
toen
Marie-Thérèse
in het 2de
leerjaar zat,
dus moeder
bleef op het
moment dat
vader stierf
over met
vijf
kinderen. Ze
had het niet
gemakkelijk
om haar
gezin te
onderhouden,
maar slaagde
er toch in
haar
kinderen te
voeden en
naar school
te laten
gaan.
|
|
In 1965 begon Marie-Thérèse aan een vierjarige opleiding pedagogie waarna ze nog eens twee jaar wiskunde volgde.
De opleiding wiskunde maakte ze echter niet af omdat ze door een tekort in talen niet slaagde in het tweede jaar. Op 16-jarige leeftijd wou ze moeder helpen en een centje bijdragen in het gezin en trok ze stoutmoedig naar de burgemeester met de vraag of hij haar niet aan werk kon helpen in de gemeente (commune). Ze kreeg een job aangeboden als secretaresse en werd hiermee ineens het eerste meisje dat ooit op de commune werkte. |
In 1967 werd ze geselecteerd door de commune om samen met een aantal andere kandidaten deel te nemen aan een ingangsexamen voor een sociale vorming. Ze slaagde en begon enthousiast aan een sociale vorming van 8 maand in Butare. Dit leverde haar op 17-jarige leeftijd een job als sociale hoofdmonitrice op in Save waar ze kinderen onderwees en hun moeders de kneepjes van het vak aanleerde die ze zelf geleerd had in haar opleiding. Ze leerde hen naaien, borduren, koken, cultiveren, en ja zelfs seksuele voorlichting passeerde de revue.
|
|
Op
18-jarige
leeftijd
vertrok ze
uiteindelijk
naar Kigali
op zoek naar
een
opleiding of
werk en kwam
ze terecht
bij mensen
die ze kende
van in Save
en haar
opgenomen
hebben als
hun kind.
Het jaar
erop, in
1969,
zorgden
omstandigheden
ervoor dat
ze moest
trouwen met
een man die
haar op alle
mogelijke
manieren
mishandeld
heeft en
haar leven
lange tijd
in een hel
heeft
veranderd..
Ware het
niet dat
Marie-Thérèse
een vrouw
met karakter
is, dan zou
ze
hoogstwaarschijnlijk
nog bij die
vreselijke
echtgenoot
geweest zijn.
Elf lange en
ongelukkige
jaren heeft
ze het met
hem
uitgehouden.
Hij poogde,
tijdens zijn
ietwat
nuchtere
perioden,
wat bij te
verdienen
als
kleermaker,
maar geen
kroezel op
zijn zatte
hoofd dacht
er aan ook
maar iets
van het geld
aan vrouw en
kinderen te
geven. Zijn
centen
werden
ingeruild
voor bier en
ander
alcoholisch
gespuis.
Compleet
bezopen en
agressief
kwam hij 's
avonds thuis,
sloeg de
boel kort en
klein
inclusief
vrouw en
algauw
kinderen. In
1970 werd
hun eerste
zoon geboren
en in 1971
was daar hun
dochter
Christine.
Een goede
vriendin van
Marie-Thérèse
stierf in
deze periode,
haar zoontje
werd wees en
alweer
zegevierde
Marie-Thérèse
haar
goedheid.
|
 |
|
Ondanks
de
hachelijke
situatie
waarin ze
zich bevond,
ondanks haar
ellendige en
veel te arme
bestaan,
besloot ze
de jongen
als haar
eigen kind
op te nemen
in haar
gezin. Met
twee eigen
kinderen,
een
geadopteerde
zoon en geen
geld, kon ze
het niet
langer
volhouden.
Marie-Thérèse
trok haar "ik-ben-een-mens-en-wil-ook-leven-schoenen"
aan en ging
aankloppen
bij de
zusters
Bernardinen
met de vraag
of zij haar
aan werk
konden
helpen.
|
Vanaf dit moment waren de zusters Bernardinen niet meer uit haar leven weg te denken.
Moedig (of hopeloos) klopte ze aan bij de overste, en jawel, een zuster voor iets, bood deze Thérèse aan om in de tuin te komen werken. Haar vreugde was groot en haar uiterst harde werken werd beloond met voedsel dat ze meenam naar huis. In het begin werkte ze in de tuin, maar wat later ging ze op dinsdag en vrijdag, samen met zuster Imelda, voedsel brengen aan menig arm gezin in de heuvels.
|
|
Ondertussen
was het 1973
en werd haar
jongste zoon
Christophe
geboren. Het
werk en het
voedsel kon
ze maar al
te goed
gebruiken
aangezien
haar man er
bleef op los
drinken.
Maar ook de
kinderen
werden er
het
slachtoffer
van en
moesten de
klappen
opvangen van
hun
ontspoorde
vader. Hij
mocht haar
niet nog een
kind geven,
dit zou de
dood van het
kind
betekenen,
aangezien ze
het helemaal
niet breed
had en met
zo'n vader.
Ze zou er
een stokje
voor steken,
of misschien
beter, ...
een pilletje
voor nemen.
In het
ziekenhuis
kreeg ze
gratis de
pil,
uiteraard
zonder
medeweten
van haar
man. Deze
nam ze in,
zonder ook
maar één dag
over te
slaan.
Marie-Thérèse
bleef werken
en hielp na
een tijdje
mee met
zuster
Marcel in
het algemeen
ziekenhuis
van Kigali.
Ze brachten
de zieken
thee, brood,
bonen en
ander
voedsel. Na
vier jaar
als trouwe
en
toegewijde
werkster bij
de zusters,
werd haar
een
opleiding
Dactylo
betaald door
deze zusters.
Zeven maand
later
beheerste
Thérèse de
typemachine.
|
 |
 |
Nu, ze
kon dan
wel
typen,
maar bij
de
zusters
viel er
niet zo
veel te
typen,
dus
bleef ze
daar nog
maar wat
werken
tot ze
op een
goeie
dag op
de markt
een
vriendin
ontmoette
die haar
een
aanlokkelijk
voorstel
deed. De
vriendin
werkte
op het
pedagogisch
bureau
van een
Belgisch
project.
Zij zou
eens
polsen
of men
daar
geen
Marie-Thérèse
nodig
had. God
stond
aan haar
zijde (dat
was
althans
Marie-Thérèse
haar
opinie)
want in
1978
mocht ze
er
beginnen
werken
tussen
zo'n 23
Belgen.
Het
begin
van een
carrière
tussen,
voor en
met
Belgen.
Ze werd
aangesteld
als
koffievrouw
en
zorgde
ervoor
dat
iedereen
op tijd
de
koffie
kreeg
die ze
verlangden.
Met of
zonder
suiker,
met of
zonder
melk,
straf,
slap,...
iedereen
bediende
ze op
zijn
kofiewenken.
Trouw
bleef ze
haar
Belgische
collega's
bedienen,
een ware
koffiedame,
want
haar
werk
verliezen
was het
laatste
dat ze
wou.
Haar
kinderen
eten
geven,
dit
alleen
telde. |
|
Twee
jaar
later,
in
1980,
kreeg
Marie-Thérèse
en
klein
perceeltje
grond
met
klein
huisje
op
het
oog.
Ze
leende
50.000frw
van
de
zusters
Bernardinen
om
het
lapje
grond
te
kopen
en
zou
haar
ultieme
plan
volbrengen.
Op
een
dag,
toen
haar
man
niet
thuis
was,
nam
ze
vliegensvlug
al
haar
spullen
bijeen,
nam
haar
kinderen
en
haar
neefje,
die
op
te
kinderen
paste,
en
vertrok
naar
haar
nieuwe
stulpje,
een
nieuw
leven
te
gemoed.
Het
idee
dat
ze
gewoon
verdwenen
was
in
het
niets,
deed
haar
lachen
toen
ze
ons
dit
vertelde. |
Toen
haar
man
die
avond
thuis
kwam
in
een
leeg
en
verlaten
huis
was
hij
razend
en
begon
zijn
zoektocht.
Zijn
buren
vertelden
hem
dat
zijn
vrouw
er
met
de
kinderen
vandoor
was.
Maar
hij
bleef
zoeken.
Na
een
week
vond
hij
haar
op
de
Mont
Jari,
waar
ze
nu
nog
steeds
woont.
Furieus
was
hij
en
alweer
sloeg
hij
er
op
los.
Vrouw,
kinderen
en
inboedel.
De
buren
konden
dit
niet
meer
aanzien,
dit
ging
te
ver
en
ze
verjaagden
hem
voor
eens
en
voor
altijd
van
de
heuvel.
Een
nieuw
leven
kon
beginnen
voor
Marie-Thérèse
en
haar
vier
kinderen.
 |
 |
Gedaan met
slagen,
vernederingen,
toezien hoe
haar
kinderen
afgeranseld
werden, de
pil, maar zo
ook gedaan
met mannen.
Ze zijn
allemaal
hetzelfde,
door en door
slecht, was
haar
overtuiging.
Nooit moest
Thérèse nog
een man
hebben.
Vanaf toen
stond haar
leven enkel
en alleen
nog in teken
van haar
kinderen.
Een
voorbeeldmoeder
wou ze zijn,
haar
kinderen
zouden
gelukkig
worden. De
jaren die
volgden
waren ze dit
ook. Zij
bleef
naarstig
werken bij
de Belgen.
Haar
kinderen
gingen naar
school en
groeiden op
als gezonde
jongeren.
Marie-Thérèse
bleef altijd
contact
houden met
de zusters
Bernardinen,
voor wie ze
geregeld
postbode
speelde en
wat geld of
andere zaken
bracht naar
families op
Mont Jari.
In al haar
miserie
bleef haar
goedheid
voor anderen
steeds
dezelfde
kracht
behouden.
Maar
toen, in
1994, brak
de oorlog
uit, mensen
begonnen
elkaar uit
te moorden,
ze moesten
vluchten. Te
voet vertrok
ze met de
kinderen
naar Butare,
een tocht
van drie
dagen. Daar
aangekomen
zocht ze
onderdak bij
de broeders.
Christine
werd door
enkele
broeders
meegenomen
naar het
zuiden van
het land,
omdat ze in
Butare niet
veilig zou
zijn. Haar
jongens
waren gaan
lopen. Gaan
lopen voor
de
militairen,
voor hun
leven en
daar
gebeurde het.
Voor de ogen
van
Christophe
werden zijn
twee broers
op
gruwelijke
wijze
vermoord.
Christophe
kon vluchten,
de struiken
in, zich
verbergend
voor de
moordenaars.
Dagen lang
heeft hij
zich schuil
gehouden,
niet wetend
of zijn
moeder en
zus nog in
leven waren. |
|
Toen het FPR het land eindelijk had ingepalmd en de oorlog voorbij was, keerde Thérèse terug naar huis in de veronderstelling dat haar kinderen daar waren. Of toch twee van hen, want dit had ze gezien in die gruwelijke droom die ze enkele dagen voordien had gehad. In die droom zag ze hoe haar twee oudste kinderen op gruwelijke wijze vermoord werden voor de ogen van Christophe. |
Christophe hielp een vrouw, met het dragen van haar kinderen, tot in Butare, alwaar hij zijn oma is gaan opzoeken. Zij was nog in leven en betaalde hem een busticket richting Kigali. In de hoop er zijn moeder terug te vinden, vertrok hij. Toen Marie-Thérèse op een dag aan het werk was, kwam een pater haar opzoeken. Hij kwam haar het heuglijke nieuws brengen dat Christine in veilige handen was en dat ze weldra verenigd zouden worden. |
|
Thérèse,
Christine en
Christophe
werden herenigd
... haar droom
had gelijk
gekregen. Het
leven moest
verder gaan. Het
verleden met
zijn vreselijke
herinneringen
zouden ze
blijven
meedragen, maar
ze hadden hoop
op een betere
toekomst.
De eerste twee
jaar na de
oorlog bleef
Marie-Thérèse
werken voor de
Belgische
organisatie. Ze
werd er zelfs
gepromoveerd tot
secretaresse,
haar typkunsten
mochten tentoon
gespreid worden.
In 1996 werd het
project
stopgezet en
werden alle
werknemers
getransfereerd
naar de
ministeries
alwaar ook
Thérèse een
nieuw baantje
kreeg. 'Chef de
toutes les
petites choses',
klusjesvrouw of
ook wel manusje
van alles. De
stockage
aanvullen,
koffie zetten
voor de
ministers,
belangrijke
papieren
fotokopiëren,
herstellingswerken
laten uitvoeren,
kortom, een
beetje van alles
voor een beetje
iedereen.
Alleman kende
haar en zij
kende alleman.
De afwisseling
deed haar goed,
ze herleefde een
beetje en nu nog,
als ze over deze
periode vertelt,
straalt ze ...
vooral dan omdat
ze zo gekend en
geliefd was.
|
 |
|
|
Desondanks wekte haar functie jaloezie op en werd ze omwille van een leugen ontslagen in maart 1998. Een collega vertelde aan haar baas dat ze gestolen had. Vertrekken en nooit meer terugkomen was de boodschap. Daar zat ze dan, thuis, alleen, zonder man, zonder inkomen. Tot wanneer de zusters Bernardinen, die ze nog regelmatig bezocht, haar redden.
 |
In
juli 1998
zocht zuster
Marie-Aimée
haar op met
de vraag of
ze
vrijwilligerswerk
wou doen bij
een
Belgische
vereniging,
genaamd 'Vriendenkring
Kinderhulp
Rwanda', om
onder andere
arme
families te
helpen. Voor
het eerst in
haar leven
kreeg ze
weer de kans
om het werk
dat ze in
het derde
leerjaar
begon,
verder te
zetten.
Vanuit de
overtuiging
geboren te
zijn om
armen te
helpen,
heeft ze dan
ook geen
seconde
getwijfeld.
De kans om
opnieuw
samen te
werken met
Belgen greep
ze met beide
handen en in
februari
1999 mocht
ze beginnen.
|
Een Belgisch lid van de vereniging, Patrick, kwam naar Rwanda en gaf haar een basisopleiding in het werk in het weeshuis Centre Mémorial Gisimba en het bezoeken en opvolgen van de families die deze vereniging steunt. Moeilijkheden met de directie ter plaatse, die het rijk niet meer voor zich alleen had, zorgden ervoor dat ze na zes maand weer moest vertrekken, maar vanuit België werd hulp gestuurd om haar weer in dienst te brengen.
|

|
|
|
Op dit moment doet ze haar werk met hart en ziel en is ze geen dag uit haar bureau in het weeshuis weg te denken. De directie heeft ingezien hoe belangrijk haar hulp is, en nu werken ze in harmonie samen. Ze houdt van vrede en rust en schept er veel voldoening in anderen te helpen. Mocht ze kunnen, ze werkt dag en nacht. Of zoals ze ons al meermaals haar aard beschreef: "si je ne travaille pas, je dors... et si je ne dors pas, je travaille". |
|
|
|
|
Was iedereen maar een beetje zoals jij Marie-Thérèse, "Notre Maman du Rwanda". |
 |
|
|
Copyright © 2010 Kinderhulp
Rwanda vzw. All rights reserved.
To get authorization for
reproduction, in part or in
whole, for print or electronic
media, you must get permission |
 |
|
|
|
|