|
Wie denkt dat
sprookjes alleen voor prinsessen
weggelegd zijn, zal zijn mening
moeten herzien. Op dit moment beleef
ik mijn eigen sprookje en vertel ik
iedereen die het lezen wil graag wat
meer over hoe mijn reis naar Rwanda
mijn leven een andere wending gaf en
liefde alle obstakels overwint. Het
was een lange weg maar ondertussen
ben ik getrouwd met mijn knappe
Rwandees en maakt hij mij gelukkiger
dan ik ooit geweest ben. |
|
|
|
|
Jean-Baptiste en ik leerden elkaar
kennen in september 2005. Na het
beëindigen van mijn universitaire
studies besloot ik om samen met drie
vrienden naar Rwanda te trekken en
er gedurende 6 weken voor
Vriendenkring Kinderhulp Rwanda vzw
vrijwillig te gaan werken in het
weeshuis Centre Mémorial Gisimba in
Kigali. We kregen de opdracht een
bibliotheek en spelotheek te
installeren in het weeshuis.
|
|
Op een
zonnige dag zoals er veel zijn in
Rwanda
ontmoette ik Jean-Baptiste in het
weeshuis waar hij opgroeide Ik had
van in het begin een boon voor hem
en vond het heel spannend toen het
uiteindelijk meer werd tussen ons.
Het geluk duurde echter niet lang
want een week later moesten afscheid
nemen van elkaar.
Weer thuis
droomde ik ervan om terug te keren.
Gedurende een jaar hielden we
contact en mailden we elkaar
wekelijks. We hadden niet echt
afgesproken op elkaar te wachten,
maar deden het toch. Na een jaar had
ik genoeg gespaard en was ik klaar
om terug te gaan. Samen met Annelies
kreeg ik de kans om opnieuw in
opdracht van Vriendenkring
Kinderhulp Rwanda verschillende
projecten op te starten en op te
volgen. Dit jaar zouden we ook de
doodarme families uit ons
gezinnenproject bezoeken en onze
plaatselijke medewerkster
Marie-Thérèse helpen bij het
opvolgen van hun noden en de
verdeling van hulpgoederen.
We
vertrokken in november 2006 en
zouden zes maand in Rwanda blijven.
Het werd uiteindelijk een jaar.
Toen
we uit het vliegtuig stapten, sloeg
de bekende warme Rwandese lucht ons
onmiddellijk in het gezicht en wist
ik niet waar eerst kijken op zoek
naar mijn ventje. We zagen de
vrienden en medewerkers die we
in 2005 leerden kennen.
|
Toen
Jean-Baptiste en ik elkaar in de armen
vlogen, was het enige wat ik kon uitbrengen:
"Finalement". Jean-Baptiste woonde niet meer
in het weeshuis maar deelde een huis met 7
andere studenten. We zagen elkaar regelmatig
en het leek alsof we de relatie voortzetten
die het jaar ervoor zo bruusk geëindigd was.
In de loop van de weken en maanden zagen we
elkaar meer en meer, groeiden we dichter
naar elkaar toe en begon ik hem echt graag
te zien. De laatste maanden kwam hij me heel
vaak thuis opzoeken en woonden we eigenlijk
praktisch samen. Uiteraard begonnen we in
die tijd ook meer en meer te spreken over
een toekomst samen.
Ik wist dat we zouden moeten trouwen als we
samen wilden zijn in België en dat ik hem
een hele tijd zou moeten onderhouden.
Enerzijds was ik te nuchter om zo snel in
een dergelijk avontuur te stappen,
anderzijds wist ik dat ik er heel mijn leven
spijt van zou hebben, mocht ik het zelfs
niet geprobeerd hebben. Ik twijfelde lang.
We wisten allebei dat het niet gemakkelijk
zou zijn vanwege cultuur- en andere
verschillen, maar besloten uiteindelijk om
er toch voor te gaan. Net voor ik vertrok
werden onze plannen concreet: ik zou hem na
het beëindigen van zijn studies naar hier
laten komen, we zouden trouwen en samen een
leven opbouwen in België.
|
|
Het
was hartverscheurend om hem eind oktober
2007 achter te laten. Hij was gedurende een
jaar een vaste waarde in mijn leven en plots
was ik die kwijt zonder te weten voor
hoelang. We belden minstens twee keer per
week en hoorden elkaar dagelijks via
telefoon, email of sms. |
 |
|
Al snel
informeerde ik bij verschillende
instanties hoe ik Jean-Baptiste aan
een visum kon helpen. Het plan was
om hem in juni te laten komen. Vanaf
januari werkten we intensief aan
zijn visumaanvraag. Sophie, die op
de Belgische Ambassade werkt, liet
ons weten dat de aanvraag voor een
visum om te huwen in België de
meeste kans op slagen had omdat we
dan eigenlijk van in het begin open
kaart speelden. Het was een heel
lastige periode. Jean-Baptiste moest
in Rwanda een aantal documenten
verzamelen die ik nodig had om in
België een huwelijksaangifte te
doen. Het verzamelen daarvan duurde
verschillende maanden. Telkens alles
in orde leek, dook er een nieuw
probleem op waardoor alles dreigde
te mislukken.
Uiteindelijk lukte
het toch en werden de papieren
meegegeven met iemand die van Rwanda
naar België reisde. In de
veronderstelling dat het ergste
voorbij was trok ik vol enthousiasme
naar de gemeente om ons huwelijk aan
te geven. Daar rees jammer genoeg
meteen ons volgend probleem:
Jean-Baptiste had geen geboorteakte,
enkel een ‘acte de notoriété tenant
lieu de l’acte de naissance’. Hij
was immers in Oeganda geboren. Zijn
ouders waren naar Oeganda gevlucht
toen in Rwanda de eerste moorden
begonnen. Jean-Baptiste kon
onmogelijk terug naar Oeganda omdat
zijn geboorte hoogstwaarschijnlijk
nergens geregistreerd stond en hij
er niemand meer kende. |
Daarom
had men ons op de Belgische Ambassade in Kigali
verzekerd dat een ‘acte de notoriété’ geldig was als vervanging
van de geboorteakte. Maar daar
dachten ze hier in Gent anders over.
Dit document was geen geboorteakte
en kon dus niet aanvaard worden. Paniek. De
huwelijksaangifte was een noodzakelijke
voorwaarde voor de visumaanvraag, zonder een
akte hiervan was het voorbij en zou Jean-Baptiste nooit naar België
kunnen komen. Ik drong aan. Men
beloofde mij het te bespreken met de
baas en mij zo snel mogelijk iets te
laten weten. Tegen de avond kwam het
verlossende telefoontje: de ‘acte de notoriété’ kon aanvaard worden mits
een aantal wijzigingen. Dus moest
Jean-Baptiste opnieuw langs
verschillende instanties passeren om
opnieuw de juiste mensen te pakken
te krijgen en opnieuw iemand te
vinden die van Rwanda naar België
reisde om dit document mee te geven.
Uiteindelijk bezorgde hij me een nieuwe akte,
deed ik de huwelijksaangifte, bezorgde ik hem
daar een akte van, verzamelde hij nog een aantal
andere documenten, schreef ik een brief ter
attentie van de Dienst Vreemdelingenzaken,
kopieerde hij een heel aantal persoonlijke mails
tussen ons en trok hij met dit alles naar de
Belgische Ambassade in Kigali om een
visumaanvraag te doen.
We legden een groot
deel van onze persoonlijke en intieme
correspondentie bloot en staken een hele hoop
foto’s in het dossier om de mensen in Brussel te
overtuigen van de echtheid van onze liefde.
|
|
Sophie
liet ons weten dat het heel belangrijk
was een volledig dossier te openen omdat
het anders op wacht gezet zou worden en
voor onnodige vertragingen zou zorgen.
Ondertussen was het april en konden we
niets meer doen dan afwachten wat het
antwoord van Brussel zou worden. Elke
dag opnieuw was vervuld van hoop en
wanhoop. Er waren momenten waarop ik het
echt niet meer zag zitten. We hoorden
elkaar dagelijks maar hoe meer ik hem
hoorde, hoe meer ik hem miste. Ik
betaalde maandelijks een gigantische
telefoonrekening.
|
 |
|
Eens
het visumdossier geopend werd, kon
Jean-Baptiste zich volledig
toespitsen op het afwerken van zijn
thesis en wachtten we allebei in
spanning op antwoord van de Dienst
Vreemdelingenzaken. Op de website
las ik dat het 1 tot 3 maand kon
duren vooraleer er antwoord komt op
een visumaanvraag. Na een drietal
weken begon ik alle dagen te bellen.
Ik zal nooit vergeten wat er door me
heenging toen ik op een zekere
vrijdag te horen kreeg dat zijn
aanvraag goedgekeurd werd. Ik was
uitzinnig van vreugde toen ik hoorde
dat Jean-Baptiste naar België mocht
komen en ik stapte vervuld van geluk
het weekend in. Aangezien
Jean-Baptiste zich al die maanden
voornamelijk met de visumaanvraag
beziggehouden had en zijn
thesisbegeleider zo moeilijk te
bereiken was, had hij een serieuze
achterstand opgelopen. Wanneer hij
nu over die laatste weken vóór zijn
vertrek naar België vertelt, spreekt
hij altijd over de stress die hij
toen had. Zijn thesisbegeleider was
een hele tijd in het buitenland en
dus niet te bereiken, hij zag de
datum van zijn vertrek naderen en
werd constant onder druk gezet door
mij omdat ik vond dat hij het mij
echt niet kon aandoen om mij nog
langer te laten wachten. Het mocht
echter niet zijn. Enkele dagen
voordat ik hem zou gaan halen aan de
luchthaven van Zaventem, liet hij me
weten dat hij zijn thesis nog niet
had mogen verdedigen en hij dus nog
niet kon komen.
|
Uiteindelijk
heb ik maar een weekje langer moeten
wachten. Ik zou Jean-Baptiste op 11
juli 2008 om 6u ’s morgens aan de
luchthaven gaan halen en dan
eindelijk mijn ventje terugzien.
Midden in de nacht stond ik op om
mij klaar te maken voor één van de
belangrijkste gebeurtenissen van
mijn leven. Ik vertrok terwijl de
wereld nog sliep om de trein te
nemen naar Zaventem. Na een
zenuwslopend half uur wachten, had
ik hem nog steeds niet naar buiten
zien komen. Doemgedachten als "hij
heeft zijn vliegtuig gemist" of "hij
is hopeloos verdwaald in de
luchthaven van Zaventem en ik ga hem
nooit terugvinden" kwamen in mij op.
Even later was hij daar en vlogen we
in elkaars armen. De eerste minuten
wist ik echt niet wat me overkwam,
het was zo raar om hem hier in
België te zien en eindelijk weer
samen te zijn. Ondertussen is hij
zes maand in het land, zijn we vier
maand getrouwd en ben ik heel
gelukkig met mijn Rwandese
echtgenoot. Ons trouwfeest was
onvergetelijk, het eten werd
verzorgd door een Congolese
traiteur, de sfeer ingezet door een
groep traditionele Rwandese dansers
en iedereen werd aangenaam verrast
door onze openingsdans waarbij we
een staaltje professionele salsa
tentoon spreidden. Iedereen gooide
zich onmiddellijk na onze
openingsdans enthousiast op de
dansvloer en er werd gedanst tot in
de vroege uurtjes. |
|
Ik
weet nu waarvoor ik al die maanden
afgezien heb en besef dat het het
allemaal waard is geweest. We hebben
het financieel nog altijd niet
gemakkelijk, maar hebben elkaar en
je moet niet altijd geld uitgeven om
samen te zijn.
Jean-Baptiste geniet van deze nieuwe
fase in zijn leven en lijkt het hier
wel naar zijn zin te hebben. Hij
kent ondertussen verschillende
Rwandezen in Gent, heeft een eigen
vriendenkring uitgebouwd en spreekt
al een aardig mondje Nederlands. Het
enige waar hij zich zorgen over
maakt, is het feit dat we moeten
leven van één salaris en het zo
moeilijk is om werk te vinden als je
de taal niet spreekt, zeker in
tijden van economische crisis. Maar
dan is zijn prinses er om hem te
steunen, in goede en slechte tijden.
|
|
|
En de
prins en zijn prinses leefden nog
lang en gelukkig, |
Kim Six
- werkendlid |
 |
|

|
|
Copyright © 2010 Kinderhulp Rwanda vzw. All rights reserved.
To get authorization for reproduction, in
part or in whole, for print or electronic
media, you must get permission |
 |
|
|
|
|
|