Beste vrienden van onze vereniging,

Kruishoutem, Januari 2009

Het is met trots dat de vereniging aan haar 20ste werkjaar begint. Twintig jaar vrijwilligerswerking, 20 jaar samenwerken, opbouwen, hoogtepunten, laagtepunten, vriendschap en samenhorigheid. We hebben heel wat bereikt, we zijn gegroeid met onze werking zowel in België als in Rwanda. In België gestart met een groepje van 6 enthousiastelingen zijn we uitgegroeid tot een vaste groep van 42 vrijwilligers in alle leeftijdscategorieën. In Rwanda gestart voor 23 kinderen hebben we nu ongeveer 500 kinderen onder onze bescherming.

Het is een plezier om te graven in mijn herinneringen en te kijken naar zoveel rijke en mooie momenten.

Getroffen door de nood, gezien tijdens een bezoek aan de familie van mijn man  in Rwanda, groeide het verlangen om iets te doen voor de weeskinderen. Ik herinner mij nog ons eerste bezoek samen met zuster Benita aan het ouderlijke huis van papa Damas. Een huis bevolkt met meer dan twintig kleine kinderen, met liefde verzorgd, maar met veel te weinig middelen. De schok toen we het weeshuis van de Missionaries of Charity in Ngarama bezochten. Kindjes met twee in een klein bedje, soms zonder matras, een harde plastiek rond de billetjes geknoopt, urinegeur, gehuil, handjes die zich naar je uitstrekken om een ogenblik van aandacht en liefde. Het contrast met de weelde waarin onze toen nog jonge kinderen mochten opgroeien, bracht onrust in ons hart, het besef iets te willen doen liet ons niet meer los. We spraken met onze vrienden (drie gezinnen) over ons verlangen iets te doen een verlangen dat zij deelden, door hun nauwe banden met Rwanda. Op een gezellige avond in 1989, tussen pot en pint en met onze kleine kinderen op schoot stichtten we samen ‘Vriendenkring kinderhulp Rwanda’. Nog niet goed wetende wat doen, zamelden we kledij in bij familie en vrienden. Naar Bru-cargo op Zaventem met ons eerste pakketje hulpgoederen, prijskaartje 2000 Bef. Veel te duur voor veel te weinig. Daarna onze eerste twee metalen koffers hulpgoederen, mooi gewassen en gestreken en klaargemaakt in mijn garage. De eerste 200 kg melkpoeder die zoek raakte en na veel omzwervingen dan toch terecht kwam bij de kinderen.

We gingen op zoek naar een opslagruimte en vonden die in de kelders van het oude patersklooster in Waregem. We zijn zuster Mauritia nog steeds dankbaar dat ze ons onderdak gaf. Kelders kuisen, waar de spinnenwebben van het plafond tot aan de vloer hingen, stof doorspoelen met een aperitiefje bij Francine en dan al zingend verder werken. Winter en ons verwarmen met een gasbrander waar Rita bijna van stikte, opgesloten worden in het donker door onze sloebers Dries en Tijl en op de tast een uitweg zoeken door de gitzwarte gangen. Bezoek krijgen van een landloper die een slaapplaats vond op onze ongesorteerde zakken, overstroming tijdens een fikse regenbui en drijvende kledij. We hebben gevloekt, geweend maar vooral veel gelachen en vriendschapsbanden gesmeed voor het leven. Onze eerste grote inzameling en we kregen van alles: mooie kledij, vuile kledij, vuil ondergoed, antiek, vuilniszakken…. We verzamelden en sorteerden een kelder vol en verzonden onze eerste container. Ondertussen zochten we op alle mogelijke manieren naar fondsen. Onze eerste hutsepot, wafelnamiddag, we verkochten stickers aan de kerkdeuren en stichtten het project ‘Een Grote Familie’ en we groeiden….. Ook in Rwanda groeide het aantal weeskinderen. Zuster Benita was onze trouwe vertegenwoordigster daar en bracht de eerste centjes naar het toen pas officieel opgerichte weeshuis Centre Mémorial Gisimba en bij de weeskindjes van de zusters van Moeder Théresa.

In 1994  zetten we de stap van feitelijke vereniging naar vereniging zonder winstoogmerk en ook onze medewerkers namen toe. We verstuurden ieder jaar hulpgoederen, betaalden studiekosten voor de weeskinderen en konden stilaan projecten opstarten in Rwanda. We verwezenlijkten in samenwerking met dienst ontwikkelingshulp Kruishoutem en Act v.z.w. ons eerste groot project en zetten de eerste gebouwen van ons vormingscentrum in het C.M.G. De gebouwen waren pas opgetrokken toen de génocide over Rwanda raasde.

Het werden maanden van zorg en verdriet, zorg om onze eigen Rwandese familie en vrienden, zorg om de tientallen weeskinderen waar we ondertussen zo’n goede band mee gekregen hadden. We wilden helpen, maar konden het niet. Het C.M.G was onbereikbaar en toen we tenslotte moeder overste van het andere weeshuis aan de lijn kregen, hoorden we de beschietingen. Ze vroeg ons voor hen te bidden want ze lagen onder vuur. Een telefoontje om nooit meer te vergeten! Onze vereniging had ondertussen vele hulpgoederen klaarstaan en beantwoordde een oproep om Rwandese kinderen op de vlucht in de omliggende landen te helpen. Onze vereniging schonk hen een vrachtwagen vol en verzamelde verder.
Toen de storm geluwd was in Rwanda en de omvang van de tragedie zichtbaar werd nam het C.M.G. meer dan 500 kinderen onder zijn vleugels. Het terrein werd vol gezet met tenten om al deze kinderen te herbergen. Ook bij de Missionaries of Charity barstte het weeshuis uit zijn voegen van de vele kinderen. Daarbij kwam er een nieuwe groep kinderen onder de bescherming van onze vereniging: de weeskinderen in de gezinnen. Na de génocide waren er vele gezinnen die praktisch alleen bestonden uit kinderen. Veel vrouwen bleven alleen achter belast met de zorg van eigen kinderen en neefjes en nichtjes. Met ons gemoed vol om hen te helpen zocht en vond onze vereniging in deze periode vele nieuwe sponsors, tantes, nonkel, meters, peters begaan met het leed van al deze onschuldige kinderen. Onze vereniging kreeg naambekendheid en groeide.
Er werd veel gewerkt hier in België maar ook in Rwanda om al die nieuwe noden op te vangen.

Zuster Benita was ondertussen op rust in België en zuster Marie-Aimée nam haar taak over. Onze vereniging kreeg twee Rwandese medewerkers: Vianey en Marie-Thérèse. Ze verzorgden met veel inzet de groeiende werking van onze vereniging ter plaatse. Patrick ging als eerste Belgische medewerker van de vereniging naar Rwanda om te helpen. Daarna volgden Kim, Annelies, Celine en Wouter. Kim en Annelies hadden het Afrikavirus goed te pakken en gingen terug, ditmaal om één jaar te werken tussen onze beschermelingen. Kim vond er haar geliefde Jean – Baptiste . Ondertussen was zuster Marie-Aimée verplaatst en nam zuster Marie-Michel samen met zuster Christa haar taak over, wat ze nog steeds doen en waar we hen heel dankbaar voor zijn. Momenteel zijn ook Sandra en Christine ingeschakeld om de zware taak van Marie-Thérèse in Rwanda te verlichten.
De vereniging kende ook verdriet bij het verlies van enkele trouwe medewerkers en sponsors. We verloren in Rwanda Vianey en in België Charlos, Gilbert, Jan en Jos. Deze mensen staan voor eeuwig gegrift in het hart van de vereniging.
Uit noodzaak verhuisden we met onze stockageruimte van Waregem naar Kruishoutem en mochten van het gemeentebestuur onze intrek nemen in de lokalen van de Sancta Familia. Ondertussen bouwde de vereniging,letterlijk en figuurlijk verder. In Rwanda werd het vormingscentrum uitgebreid, het naaiatelier werd opgetrokken, de watervoorziening werd gerenoveerd, het boerderijproject werd opgestart.

Ook in België werd hard gewerkt: je kon het zo gek niet bedenken of we deden het wel om aan centjes te geraken. Feesten werden georganiseerd, projecten opgestart, subsidieaanvragen gedaan, rommelmarkten verzorgd, fuiven ingericht, sleutelhangers en kaartjes verkocht enz…  Dit alles om onze groeiende groep kinderen in Rwanda te voeden, te kleden en naar school te sturen. In 2006 moesten we opnieuw uit onze stockage vertrekken wegens afbraak van de gebouwen.
Onze laatste werkplaats vonden we in de kelders van het rusthuis Sint-Petrus. We zaten er graag en hadden er alles om goed te kunnen werken tot we na een brandinspectie terug moesten verhuizen. We hadden geen geluk, we zochten en vonden geen ruimte die voldoende groot en goedkoop was om verder te werken. We vulden er  in 2008 onze laatste container, maakten een laatste maal onze jaarlijkse geschenken klaar voor de kinderen en verhuisden met ons werkmateriaal en de rest van de goederen naar kleine ruimtes bij vijf privé personen. Momenteel is het moeilijk werken, we beperken het inzamelen van goederen tot het aller-noodzakelijkste zoals schoolgerief en schoenen. Mijn eigen veranda staat constant vol met allerlei spullen en ik hoop dat we vlug een door het gemeentebestuur beloofde ruimte mogen innemen.

Velen vragen mij waarom vrijwilliger zijn, wat bezielt vrijwilligers? Waarom werken zonder inkomen, waarom al mijn vrije tijd (en meer) reeds 20 jaar in onze vereniging stoppen? Ik kan er geen exacte reden voor geven. Misschien is het uit dankbaarheid omdat mijn eigen kinderen het goed hebben. Ter nagedachtenis aan de Rwandese moeder van mijn man die het geluk niet kende haar eigen kind op te voeden. Misschien wil ik iets goed maken voor weeskinderen omdat ik zie hoe mijn eigen man nog dagelijks worstelt met zijn verleden. Misschien is het  omdat ik niet kan leven met de gang van zaken in deze wereld en de ongelijkheid tussen arm en rijk. Ook hou ik van de vriendschap en de gezelligheid van het samenwerken met andere vrijwilligers, ik heb graag een gevuld huis.
I
edere vrijwilliger heeft wellicht zo zijn eigen redenen om niet op te geven, en in onze Vriendenkring Kinderhulp Rwanda v.z.w. hebben onze vrijwilligers een gezamenlijke allesomvattende reden:

hun gedeelde liefde voor de minstbedeelden onder de kinderen, de weeskinderen.

Marie-Jeannne Laroy - voorzitter


Copyright © 2009 Kinderhulp Rwanda vzw. All rights reserved.
To get authorization for reproduction, in part or in whole, for print or electronic media, you must get permission